Een z-score (of standaardscore) meet hoeveel standaarddeviaties een gegevenspunt verwijderd is van het gemiddelde. Het zet ruwe scores om in een gestandaardiseerde schaal die vergelijking tussen verschillende datasets mogelijk maakt.

De Z-Score-formule

z = (x − μ) ÷ σ

Waar:

  • x = individueel datapunt
  • μ (mu) = populatiegemiddelde
  • σ (sigma) = standaardafwijking van de populatie

Voor een steekproef vervangt u μ door x̄ (steekproefgemiddelde) en σ door s (steekproef-SD).

Uitgewerkt voorbeeld

Een student scoort 72 op een examen. Het klassengemiddelde is 65 en de standaarddeviatie is 8.

z = (72 − 65) ÷ 8 = 7 ÷ 8 = 0.875

Deze leerling scoorde 0,875 standaardafwijkingen boven het gemiddelde.

Z-scores interpreteren

Z-score Interpretatie Percentiel (ongeveer)
−3 Extreem onder het gemiddelde 0.1%
−2 Ruim onder het gemiddelde 2.3%
−1 Onder het gemiddelde 15.9%
0 In het gemiddelde 50.0%
+1 Boven het gemiddelde 84.1%
+2 Ruim boven het gemiddelde 97.7%
+3 Extreem boven het gemiddelde 99.9%

De 68-95-99.7-regel

Bij een normale verdeling:

  • 68% van de gegevens valt binnen ±1 standaarddeviatie
  • 95% binnen ±2 standaardafwijkingen
  • 99,7% binnen ±3 standaardafwijkingen

Z-Score converteren naar percentiel

Zodra u een z-score heeft, zoekt u de standaard normale tabel (Z-tabel) op of gebruikt u:

Percentile = Φ(z) × 100

Waarbij Φ de cumulatieve normale verdelingsfunctie is.

Voorbeeld: z = 1,5 → Φ(1,5) = 0,9332 → 93,3e percentiel

Toepassingen van Z-Scores

Financiën:

  • Altman Z-Score voorspelt faillissementsrisico
  • Gebruikt bij risicobeheer om uitschieters te identificeren

Zorg:

  • BMI voor leeftijd z-scores voor kinderen
  • Botdichtheid (DXA) T-scores zijn een vorm van z-score

Kwaliteitscontrole:

  • Six Sigma gebruikt z-scores om de procescapaciteiten te meten
  • Een "6-sigma"-proces heeft een z-score van 6 (3,4 defecten per miljoen)

Testscores standaardiseren:

  • IQ-scores: gemiddeld 100, SD 15 (een z-score van +2 → IQ 130)
  • SAT-scores: gemiddelde 1000, SD 200 (geschaald vanaf z-scores)

Scores tussen verschillende tests vergelijken

Voorbeeld: Alice scoorde 80 op Test A (gemiddelde 70, SD 10). Bob scoorde 55 op Test B (gemiddelde 40, SD 8).

Alice's z = (80 − 70) ÷ 10 = 1.0
Bob's z = (55 − 40) ÷ 8 = 1.875

Ondanks de lagere ruwe score presteerde Bob beter vergeleken met zijn collega's.